De manier waarop wij voedsel produceren staat aan de vooravond van een grote verandering. Waar vroeger dieren centraal stonden in ons voedselsysteem, komen er nu nieuwe technieken op die het mogelijk maken om vlees, zuivel en eieren te maken zonder dat daar dieren voor nodig zijn. Dit klinkt misschien als een bedreiging, maar juist voor boeren biedt het enorme kansen. Waarom verandering nodig is
De huidige veehouderij vraagt veel van onze aarde:
– Grote hoeveelheden land en water worden gebruikt om vee te voeden.
– Methaanuitstoot van koeien draagt sterk bij aan het broeikaseffect.
– Monoculturen en kunstmest leiden tot verdichting van de bodem en verlies van biodiversiteit. Daarbij vraagt deze vorm van landbouw veel input zoals kunstmest en pesticiden.
Steeds meer consumenten en beleidsmakers zien dat dit systeem niet houdbaar is. Dat betekent dat de vraag naar dierlijke producten op termijn zal afnemen. Nieuwe technieken: precisie fermentatie en cellulaire landbouwMet precisie fermentatie en cellulaire landbouw (PFCA) kunnen we dezelfde producten maken die nu van dieren komen — maar dan met behulp van micro-organismen. Denk aan melk, kaas, eieren en zelfs vlees. Deze technieken zijn:
– Veel efficiënter in land- en watergebruik
– Goedkoper en sneller te produceren
– Diervriendelijk en beter voor het klimaat
Voor boeren betekent dit dat er minder vraag zal zijn naar vee, maar juist meer naar biomassa: reststromen zoals maisstengels, stro, etc. die micro-organismen kunnen omzetten in eiwitten. Wat dit betekent voor boeren
De boer van de toekomst wordt niet overbodig, maar krijgt een nieuwe rol:
– Leverancier van biomassa: gewassen en reststromen worden grondstof voor precisie fermentatie.
– Ecosysteembeheerder: vrijgekomen landbouwgrond kan ingezet worden voor natuurherstel, koolstofopslag en waterbeheer.
– Nieuwe verdienmodellen: subsidies en marktmechanismen zullen boeren belonen voor biodiversiteit, klimaatbeheer en circulaire productie.
Volgens schattingen kan wereldwijd 80% van het huidige landbouwgrondgebruik voor vee worden vrijgemaakt. Dat biedt ruimte voor voedselbossen, agroforestry en natuurbeheer — allemaal terreinen waar boeren hun kennis en ervaring kunnen inzetten. Een kansrijke toekomst
De transitie zal niet eenvoudig zijn, maar boeren hebben altijd een centrale rol gespeeld in het voeden van de samenleving. In de toekomst zullen zij opnieuw onmisbaar zijn — niet door meer dieren te houden, maar door ecosystemen te beheren, biomassa te leveren voor nieuwe voedseltechnologieën en biodiversiteit te herstellen.
> Boeren blijven de sleutelspelers in ons voedselsysteem. Hun rol verandert, maar hun waarde blijft.
Als hobby-microbioloog met een passie voor regeneratieve landbouw onderzoek ik hoe microben, mineralen en organisch materiaal samen kunnen bijdragen aan het herstel van bodemgezondheid. In deze blogreeks neem ik je mee langs de 5 M’s van duurzame landbouw—een praktische denkrichting voor het aanpakken van landbouwkundige vraagstukken:
Mindset (mentaliteit)
Management (beheer)
Microben
Mineralen
Organisch materiaal
Vandaag duiken we in de derde M: microben. Deze microscopisch kleine organismen vormen samen het bodemvoedselweb—een complex ecosysteem dat essentieel is voor gezonde bodems, robuuste gewassen én duurzaam beleid.
Wat is het bodemvoedselweb?
Het bodemvoedselweb bestaat uit bacteriën, schimmels, nematoden en protozoa. Samen vervullen zij cruciale functies:
Ziekteonderdrukking
Voorkomen van nutriëntenuitspoeling
Nutriëntencirculatie
Afbraak van gifstoffen
Structuurvorming in de bodem
Koolstof opslag
Dit ondergrondse ecosysteem werkt in harmonie met wat er bovengronds groeit en leeft. Laten we deze functies nader bekijken.
1. Ziekteonderdrukking begint ondergronds
Veel plantenziekten en plagen ontstaan op microscopisch niveau. Gelukkig geldt dat ook voor hun bestrijding. Microben helpen ziektes te voorkomen via:
Consumptie van schadelijke pathogenen
Competitie om voedsel en ruimte
Ruimtebeslag: als gunstige microben de beschikbare plekken bezetten, krijgen schadelijke organismen geen kans
Een belangrijke factor is de zuurstofbeschikbaarheid. In verdichte bodems met weinig zuurstof (<0.4 ppm O₂) domineren vaak schadelijke microben. Goed beluchte bodems (>0.4 ppm O₂) bevorderen juist microben die gunstig zijn voor plant, dier en mens. Deze grens van zuurstofwaarde is meer een richtlijn dan een grens.
2. Nutriënten blijven in de bodem
Microben nemen nutriënten op in hun cellen. Hierdoor spoelen deze voedingsstoffen niet weg met het water, maar blijven beschikbaar voor planten. Dit is cruciaal voor het behoud van bodemvruchtbaarheid én het beperken van nutriëntenverliezen naar het oppervlaktewater.
3. Microben maken nutriënten beschikbaar
Maar liefst 90% van de nutriëntenbehoefte van planten wordt bemiddeld door microben. Ze zetten organisch materiaal om in opneembare vormen, waardoor planten efficiënt gevoed worden zonder overmatige kunstmest.
Praktisch voorbeeld voor boeren Stel, je stelt een bemestingsplan op voor een perceel met verdichte kleigrond. Door eerst het bodemleven te stimuleren (bijv. via compostextract of niet-kerende grondbewerking), activeer je microben die stikstof en fosfaat beschikbaar maken. Dit kan leiden tot een lagere kunstmestbehoefte én betere opname door de plant. Ook bij ploegen is het relevant: diep ploegen kan het bodemleven verstoren. Overweeg ondiepe of niet-kerende bewerking om het bodemvoedselweb intact te houden.
4. Afbraak van gifstoffen
In Nederland zijn naar schatting 175.000 locaties met bodemverontreiniging. Bacteriën en schimmels zijn de natuurlijke afbrekers van deze gifstoffen. Ze breken complexe moleculen af tot onschadelijke componenten, en spelen daarmee een sleutelrol in bodemherstel.
5. Structuur: de ruggengraat van een gezonde bodem
Bodemtextuur verwijst naar de verhouding tussen zand, silt en klei. Structuur gaat over hoe deze deeltjes zich tot elkaar verhouden. Microben creëren aggregaten—kleine kluitjes van bodemdeeltjes—waardoor er ruimte ontstaat voor lucht en water.
Bekijk deze video’s voor een visuele vergelijking:
Je ziet dat waar het leven ontbreekt, namelijk de gist in het bloem, dan houdt de bodem geen water vast. De bodem spoelt dan ook uit.
Bij de boterham, waarbij er gist is gedaan door de bloem, zie je dat de boterham niet uitspoelt. Er vindt geen erosie plaats omdat er structuur in de boterham zit. En het is het leven dat deze structuur gemaakt heeft. Ruimte tussen de aggregaten kan opgevuld worden met water. De bodem is hiermee een spons geworden.
Een goed functionerend bodemvoedselweb draagt bij aan:
Waterretentie: gestructureerde bodems houden meer water vast, wat droogtestress vermindert
Systeemdenken als sleutel
Je hoeft niet elk detail van het bodemvoedselweb te begrijpen om het te benutten. Net als bij een motor: je hoeft niet te weten hoe elk onderdeel werkt, zolang je weet dat het systeem functioneert.
We kunnen tegenwoordig precisie-microbiologie toepassen, maar mijn voorkeur gaat uit naar systeemdenken. Door anders te kijken en te handelen, kunnen we samen werken aan een gezonde bodem en een veerkrachtige landbouw.
Als microbioloog met een passie voor regeneratieve landbouw, onderzoek ik hoe we met behulp van microben, mineralen en organisch materiaal de bodemgezondheid kunnen herstellen. In deze blogreeks neem ik je mee langs de 5 M’s van duurzame landbouw. Vandaag ga ik beginnen met management. De 5 m’s zijn de volgorde waarin je kunt nadenken over een probleem in de landbouw:
mindset (mentaliteit)
management (beheer)
microben
mineralen
organische materie
Principes voor bodemgezondheid
Houd de bodem bedekt en beschermd
Zorg dat er zo lang mogelijk een levende wortel aanwezig is
Integreer vee en/of hun mest (indien haalbaar)
Diversiteit, diversiteit, diversiteit
Optimaliseer fotosynthese van planten
Verminder verstoring
vermijd het “doden” van je ondergrondse vee
Beheer voor wat je wilt, niet voor wat je niet wilt
De acties die voortkomen uit deze principes worden beïnvloed door je klimaat en omstandigheden
Bron: For the Love of Soil, Nicole Masters
Wanneer je bij het beheer van je akkers deze principes toepast, vraagt dat om een fundamentele verandering in denken en manier van werken. Maar juist die omslag in managementstijl opent de deur naar regeneratie — van bodem, biodiversiteit én klimaat.
Houd de bodem bedekt en beschermd
Een gezonde bodem begint bij bescherming. Het principe houd de bodem bedekt en beschermd draait om het voorkomen van kale grond. Hoewel kale, zwarte grond vaak als mooi beschouwd wordt, is het niet de bedoeling om grond onbedekt te laten. Wanneer de bodem onbedekt is, wordt hij kwetsbaar voor erosie, uitdroging, temperatuurschommelingen en verlies van bodemleven. Door gewassen, groenbemesters of gewasresten op het land te laten, creëer je een natuurlijke deken die de bodem beschermt én voedt. Dit helpt om vocht vast te houden, onkruid te onderdrukken en het bodemleven actief te houden. Bovendien draagt een bedekte bodem bij aan koolstofopslag en biodiversiteit, wat essentieel is voor een veerkrachtig landbouwsysteem. Of je nu werkt met strokenteelt, mengteelt of regeneratieve praktijken — zorg ervoor dat de bodem nooit kaal is. Het is een eenvoudige stap met grote impact.
Zorg dat er zo lang mogelijk een levende wortel aanwezig is
Planten investeren een groot deel van hun geproduceerde glucose — het eindproduct van fotosynthese — in hun wortels. Deze glucose dient niet alleen als energievoorraad, maar speelt ook een cruciale rol in de samenwerking met het bodemleven. Via de wortels geven planten suikers af aan micro-organismen in de bodem, een proces dat bekendstaat als de liquid carbon pathway. In ruil voor deze vloeibare koolstof leveren microben water, essentiële nutriënten en dragen ze bij aan een betere bodemstructuur. Dit ondergrondse ruilsysteem is de basis voor een gezonde, vruchtbare bodem. Om dit proces optimaal te benutten, is het belangrijk om fotosynthese zo lang mogelijk actief te houden gedurende het jaar. Niet elke plant groeit goed in elk seizoen, dus wissel gewassen af en kies voor een diverse plantensamenstelling. Zo blijft de bodem gevoed, actief en in balans — het hele jaar door.
Integreer vee en/of hun mest (indien haalbaar)
Houd bij het implementeren van vee in het landschap wel rekening met het management systeem dat je hanteerd. De tijden van het vee ‘gewoon’ in het weiland te laten staan is voorbij. Pas managed grazing toe door de dieren een korte maar intense tijd te laten grazen op een klein stukje land. Voor deze type van kuddebeheer zijn nog 100 andere namen, maar ze komen op hetzelfde neer: Korte maar intense graas periode waarbij de herstel periode van het gewas en de grond lang is. Je kunt bijvoorbeeld heel makkelijk een systeem toepassen met no-fence, waarbij de graasdieren een nekband omkrijgen. Via sateliet en signalen naar de nekbanden blijven de dieren binnen een bepaald gebied. Het is laag in arbeid en diervriendelijk. Doordat er kort en intens gegraasd wordt, komt er ten eerste geen verdichting in de bodem door dieren. Zo’n 80% van de melkveehouderijen hebben te maken met een verdichting in hun bodem. Bodemverdichting belemmert de zuurstoftoevoer, wat de stikstofomzetting in de bodem verstoort en kan leiden tot een disbalans tussen verschillende stikstofvormen. Dit geeft op zijn beurt weer grassen die hoog zijn in hun nitraat, wat een vroegtijdige dood van het dier, dat aan het grazen is, kan veroorzaken. Daarnaast kan een zuurstofloze bodem N2O- lachgas- uitstoten. Dit is een zeer potente GHG. Daarnaast zullen de planten zich snel willen herstellen na het intense graasperiode. Dit doen de planten door de hulp in te schakelen van de microben in de bodem. De plant stuurt wortelsappen naar de ondergrondse economie. In ruil daarvoor geven de microben waardevolle nutriënten en water van ver. De plant herstelt hierdoor snel en krachtig. De wortelsappen die de plant naar de bodem stuurt bevat veel koolstof. De microben nemen de glucose op in hun lichamen en dienen als een koolstof opslag tot ver na hun dood. De microbiologie speelt een essentiële rol in de bodem. Zo zal de wortelsappen die de plant naar beneden stuurt weer oxideren tot CO2. Het zijn de microben die de koolstof uit de glucose omzetten van instabiele koolstof tot stabiele koolstof in de bodem. Door vee te integreren in het landschap, versnel je het proces van bodemgezondheid te bevorderen. Dieren en de bodem zijn tenslotte samen opgegroeid en horen dus bij elkaar. Op een goede akker hoort stront en vergaand organisch materiaal. Laat de dieren hierbij niet te lang op één plek grazen, anders eten ze gras dat geïnfecteerd is met pathogene microben dat net van hun mest is gegaan, op zoek naar nieuwe voeding.
Diversiteit, diversiteit, diversiteit
De infographic laat zien hoe de biomassa toeneemt bij een stijgende plantendiversiteit, gebaseerd op het Jena Experiment:
Tilman, D., Reich, P. B., & Knops, J. M. H. (2006). Biodiversity and ecosystem stability in a decade-long grassland experiment. Nature, 441(7093), 629–632.
Wat laat deze grafiek zien?
Naarmate het aantal plantensoorten op een perceel toeneemt (van 1 tot 16), stijgt ook de gemiddelde biomassa.
Dit ondersteunt het idee dat diverse ecosystemen productiever zijn, omdat verschillende soorten elkaar aanvullen in functies zoals nutriëntenopname, wortelstructuur en lichtgebruik.
Deze aanpak bevordert functionele diversiteit, wat betekent dat planten verschillende rollen vervullen in het ecosysteem—zoals stikstofbinding, diepe worteling, schimmelbevordering, en bodembedekking. Dit leidt tot betere nutriëntenkringlopen, waterretentie en weerbaarheid tegen plagen.
Er zijn zelfs studies die laten zien dat je nog een hogere planten diversiteit kunt nemen. Denk dan wel aan minimaal 40 verschillende planten uit 4 verschillende families. Wie weet wat de top zal zijn.
Een leuke bijkomstigheid bij een grote diversiteit aan planten, is dat de diversiteit van microben toeneemt. ‘As above, so below’ valt dus prima op zijn plaats. Des te diverser bovengronds, des te diverser ondergronds. En het is deze diversiteit dat een landschap robuust wordt tegen weersextremen. Daarnaast krijg je een betere nutriënten cyclus dat bevoordelijk is voor de plantengroei.
Optimaliseer fotosynthese van planten
Bij het toepassen van planten dichtheid wil je natuurlijk niet een monocultuur. Dat gaat namelijk fout zonder chemische interventie. Waar je gebruik van wil maken is het opvullen van niches. Zo vindt de ene plant het fijn om in de volle zon te staan, terwijl de andere plant liever in de half schaduw of volle schaduw wil staan. Door slim te ontwerpen kun je de dichtheid van plant verhogen door gebruik te maken van de voorkeuren van iedere plant. Permacultuur maakt hiervan slim gebruik. Bij onvolledige fotosynthese zal de Brix waarde dalen van de plant. Een refractometer meet de suikwaarde in een plant, genaamd de Brix waarde. Deze waarde meet dus hoe veel glucose er geproduceerd wordt in een plant. Hoe hoger de Brix waarde, des te gezonder is de plant. Als een plant gezonder is, dan krijg je smaakvollere vruchten. De nutriënten waardes zijn dan ook hoger in een plant, en dat betekent gezonder voedsel voor degene die het eet.
Verminder verstoring en vermijd het “doden” van je ondergrondse vee
Hier combineer ik twee principes, maar ik wil me vooral richten op het vermijden van bodemverstoring door ploegen. Naarmate je dieper de bodem ingaat, verandert het zuurstofniveau. Organismen bevinden zich op hun optimale diepte, afgestemd op hun leefomstandigheden. Bij het ploegen, vooral bij het keren van de grond, worden anaerobe organismen naar zuurstofrijke lagen gebracht. Dit kan leiden tot sterfte of gedragsverandering, mogelijk via quorum sensing, wat nadelige effecten kan hebben op de plant en bodemgezondheid. Daarbij wil ik nog aanvullen dat het ondergrondse vee, de microben, best gestimuleerd mogen worden, en niet alleen beperkt in het doden van. Door de bodem te inoculeren met microben bij het aanplanten, of een seed coating te gebruiken vlak voor het aanplanten, dan geef je de plant alvast een goede start van de groei.
“Beheer voor wat je wilt, niet voor wat je niet wilt.“
In de landbouw zijn we vaak geneigd te reageren op wat we níét willen: onkruid, plagen, ziekten. Maar een duurzamer en effectiever principe is: beheer voor wat je wél wilt. Dit betekent dat je je bodem en gewassen zó beheert dat gewenste processen en organismen floreren, waardoor ongewenste elementen vanzelf minder kans krijgen. Denk aan het stimuleren van bodemleven dat ziekten onderdrukt, het creëren van biodiversiteit die natuurlijke plaagbestrijding ondersteunt, of het verbeteren van bodemstructuur zodat onkruid minder grip krijgt. Door te focussen op het versterken van het systeem in plaats van het bestrijden van symptomen, bouw je aan een robuuste, veerkrachtige landbouwpraktijk. Dit vraagt om een shift in denken: van controle naar samenwerking met natuurlijke processen. Het resultaat? Minder afhankelijkheid van externe inputs, lagere kosten, en een gezondere bodem op lange termijn.
“De acties die voortkomen uit deze principes worden beïnvloed door je klimaat en omstandigheden”
Elke boerderij bevindt zich in een andere klimaatzone en heeft een andere bodem-samenstelling. Daarom zijn deze principes context afhankelijk. Een generieke aanpak voor het boeren vak bestaat niet.
Dit was tot zover weer een blog over één van de de 5 m’s. Als je de beschreven principes in gedachten houdt, dan volgt succes op de akkers. En daarbij hoeft het niet eens duurder te zijn zoals veelal verkondigd wordt. Regeneratieve landbouw kan goedkoper voor de consument en kwalitatief beter zijn. De volgende blog gaat over microben, mijn favoriete categorie.
Bij Herenboeren Heemstede mag ik een pilot draaien voor mijn stage, gericht op bodemregeneratie. Het gaat om een boomgaard die er bovengronds prachtig uitziet, maar ondergronds tekenen van verval vertoont. Verdichting, waterproblemen, onbeschikbare nutriënten en een disbalans in het bodemleven bedreigen de bomen.
Mijn doel: van 1 hectare een Soil Carbon Sponge maken binnen één jaar. Dat doe ik met de kracht van microben en zorgvuldig samengestelde organische reststromen.
Daarom ben ik op zoek naar mono-reststromen zoals houtsnippers, bladeren, koffieprut, mest, bierbostel, schillen etc. Heeft jouw bedrijf zulke stromen beschikbaar in de regio Haarlem? Dan kom ik graag met je in contact.
Samen kunnen we bijdragen aan:
Lokale klimaatadaptatie (tegen droogte en hitte)
Circulaire verwerking van reststromen
Gezonde, weerbare landbouwbodems
Deze pilot kan een voorbeeld worden voor regeneratieve landbouw in Nederland.